NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis >

Het belang van een goede Hoefsmid

Tot op hoge leeftijd bekapte Bernard van de Poel zijn eigen paarden.
Hier op de foto Aurora of Troy met de stille kracht van de familie,
echtgenote Lenie, allebei 70-plus.
Dit zijn de ouders van de auteur.

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het blad Draf&Rensport
nr. 27 - 2023 en overgenomen met toestemming van de redactie
en de auteur, die een serie artikelen schrijft met het thema
'in de schaduw van het succes', over de mensen die een
aandeel hebben in de successen van een harddraver.

De hoefsmid blijft belangrijk

door Piet van de Poel

Omdat ik de zoon ben van een hoefsmid, Bernard van de Poel (voor de meesten Ome Bernard), lijkt het me niet meer dan logisch om daarmee te beginnen. Maar omdat mijn vader in 2001 is overleden op 78-jarige leeftijd, kan ik niet meer bij hem te rade gaan. Dus ging op zoek naar andere hoefsmeden, die kunnen vertellen over dit zware beroep dat al menig rug gekost heeft. Dan blijkt ook meteen waarom deze rubriek `in de schaduw van' heet. Ze zitten helemaal niet te wachten op hun foto in de krant, ook al betreft het uw lijfblad. Gelukkig zijn er nog mensen die in die tijd met m'n vader gewerkt hebben. Arie Schalkers was erg behulpzaam en heeft me veel informatie gegeven over het verleden en het heden. Dank daarvoor.

Natuurlijk heb ik mijn eigen ervaringen. Stel je van dat laatste niet teveel voor. Ik had en heb geen talent voor het beslaan van paarden en mijn vader had niet veel geduld om het zijn linkshandige zoon te leren. Jarenlang heb ik het smeden aanschouwd, want je moest door de smederij naar het woonhuis. Je merkte meteen of mijn vader binnen was, want je struikelde dan regelmatig over zijn klompen maat 50. Die klompen hebben menigmaal zijn voeten gered, omdat er weer een onbehouwen paard op gestaan had. Weggooien deed hij dan niet, want ze konden nog prima gerepareerd worden. Uiteindelijk kregen de afgedankte klompen een functie als plantenbak. 's Ochtends werd `het vuur' aangestoken waar de ijzers in werden verhit. Dat merkte iedereen in huis want de kolendampen zorgden er altijd voor dat het roet ook in de huiskamer neerdaalde. In de smederij stonden twee aambeelden waarop de ijzers, de lipjes, nokken en balken werden gesmeed, geboord en gelast. De mensen die hem gekend hebben denken dat hij twee meter lang was; dat viel reuze mee, maar het was een beer van een mens. Waar hij ook door herinnerd zal worden zijn handen als kolenschoppen en zijn enorme kracht. Op de kermis sloeg hij een keer de kop van jut in tweeën. Arie Schalkers vertelde dat als hijzelf een jong en lastig paard besloeg, dan bewoog hij een beetje mee met het paard. Als Bernard een paard vasthad, dan hield hij hem rnuurvast. Het verschil tussen beiden was dat Bernard heel sterk was en Arie heel handig. Maar allebei voorover gebogen, in het geval van Bernard 55 jaar lang.

In later jaren werden aluminium ijzers populair en vanwege het lagere smeltpunt moest hij in de keuken op het fornuis van mijn moeder een aluminium ijzer opwarmen zodat het bewerkt kon worden. De termen ken ik nog wel: dicht ijzer, open ijzer, met balk of nok, ijzer met open teen, pace-ijzer, aluminium ijzer, aluminium ritsen, het liefst met luchtdrukzool, plastic, leren zool, stiften, paddenstoelen, pg's etc. Daarnaast hebben de trainers ook nog de schoen, de toeweight en de loodring in het assortiment. In de tijd dat mijn vader besloeg was het zonder ijzers lopen nog vrij ongebruikelijk. De Zweedse hengst The Onion was in 1983 een van de eerste op Hilversum en dat was echt een sensatie. Destijds moesten paarden nog echt leren draven. Van de 40 jaarlingen op stal konden er 15 gewoon echt niet draven. Veertig jaar geleden ging een trainer alleen voor geboorte en overlijden naar een dierenarts. Trainers en hoefsmeden experimenteerden zelf meer met ijzers, blisteren, ruggen smeren. Er zaten veel hinkepinkers en hompelaars onder (aldus Arie, dan weet u wel wat hij bedoelt). En als ze niets konden dan werden ze gedekt, bij voorkeur door een hengst die in de buurt stond.

Boven: Arie Schalkers toonde vier bijzondere ijzers.
Links twee pace-ijzers en daarnaast een stalen hoefijzer met
balk, twee noppen en leren zool. Rechtsboven dik aluminium
hoefijzer met luchtdrukzool. Dit moesten de dravers vroeger
meetillen, maar toen ging het nog lang niet zo snel als nu.

Zonder ijzers
Met name het aluminium ijzer met luchtdrukzool was populair bij mijn vader en zijn collega's. Veel paarden hadden pijn in hun benen en kregen zo een soort Nike Airs die veel verlichting gaven. Of zoals Arie Schalkers het omschreef: ze liepen dan met name op Duindigt alsof ze drie keer bij de dierenarts langs geweest waren. Tegenwoordig lopen de paarden in de topnummers bijna allemaal zonder ijzers. De rol van een hoefsmid is vooral om een paard zwaarder of lichter te maken. Het is met name bij jonge paarden stukje bij beetje corrigeren en ze in de ontwikkeling de goede kant opduwen. Een nieuwe modetrend is het gebruik van speedy zolen met siliconen kit voor de demping en een aluminium paddenstoelijzer.

Het oog van de meester
Bernard rolde het gereedschap altijd in een oude jutezak. Zijn draagbare aambeeld was een stuk stalen h-balk en de bok waarop de voet kon rusten had hij gekregen van de familie Schalkers. Met een strootje werd de lengte van de hoef gemeten. Aan een gradenboog deed Bernard niet. Desondanks was hij een meester in het uitbalanceren van paarden door ze zodanig te bekappen dat ze zich niet raakten. Het blijft natuurlijk een wonder dat vier benen zo harmonieus in zo'n hoog tempo bewegen zonder dat ongelukken gebeuren. Een paar generaties geleden moest heel veel gepuzzeld worden om die ongelukken te voorkomen.
Arie Schalkers werkt ook niet met een gradenboog. Hij beoordeelt het paard, hoe het zijn ijzers slijt, bekapt ze niet te hoog in de hiel en kijkt vooral hoe hij gelukkig staat. Dat is het geheim van de smid. De invloed van de hoefsmid op de prestatie van het paard is daarom misschien in de afgelopen jaren afgenomen. Het draversras is explosief verbeterd. In de jaren zestig won Bernards fokproduct Bella Marieza op Duindigt in 1.27,7. Dat loopt nu een tweejarige in maart. Wat ook helpt is dat ze al heel jong worden beleerd en gerichte beweging krijgen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de fokproducten van Piet Vergeer. Deze kwamen pas als driejarige in training en kwamen rechtstreeks uit de prairie. Die grote en vooral sterke paarden waren nog niet haudmak gemaakt en de smid mocht ze dan vervolgens gaan bekappen. Ze hadden allemaal het achtervoegsel V. Uiteraard de V van Vergeer, maar volgens mijn vader de V van vergif.

Nooit vakantie
Mijn vader had een zeer strak schema. In een vast ritme werden de trainers bezocht: dinsdag Van Dooyeweerd en De Leeuw, woensdagochtend Duindigt, donderdag naar Pim de Regt, vrijdag weer naar Van Dooyeweerd, zaterdag kwamen klanten naar de Dorpsstraat in Nootdorp, zoals Co Dalm en Tinus Romein, en op zondag naar de koers. Op de andere dagen werd thuis gesmeed. Altijd werken, nooit vakantie. A1 in zijn jeugd ging Bernard elke ochtend om 8 uur op de fiets naar Delft om de paarden van de stalhouders te beslaan. De immense hoefijzers van die koetspaarden hebben nog vele jaren aan de koelbak gehangen. Je wist tnaar nooit of je ze nog nodig had. Niet dus.

De Raadskamer
Vast ritueel was dat bij Pim de Regt na het gedane werk de paardenwereld geëvalueerd werd in de raadskamer met o.a. met Huib van den Heuvel, Pirelli (Frans Ottersberg) en Gerrie Draaisma. Bij Van Dooyeweerd stond moeder Riet altijd klaar met grote pannen gehaktballen, die hij altijd als eerste op had. Met Jan sr had hij een meer dan zakelijke re!atie. Die begon toen Jan nog zijn stal had op Duindigt en nadat Jan verhuisd was naar Hoofddorp, ging Bernard mee. Hij zag ook diens kinderen opgroeien die uiteindelijk ook in het bedrijf gingen werken. Bert van Dooyeweerd vertelt dat toen hij net leerling was geworden en al twee overwinningen had behaald, hij met een paard naar Nootdorp moest. Met Nazgul Amabilis. Zonder dat de trainer ervan wist zei Bernard tegen Bert dat hij op Nootdorp zijn achterijzers eraf moest halen. Dan kwam hij beter uit met zijn loop. Het resultaat was drie overwinningen op rij. Jan sr. kwam er natuurlijk later wel achter.
Een ander mooi voorbeeld van de invloed van de hoefsmid is Jojo Buitenzorg. Een groot talent maar hij sprong vaak als jong paard. Bernard stelde voor om hem pace-ijzers onder te slaan, veel zwaarder met een balk voorin en achterin. Bijna een belediging voor de trainer maar zo kregen ze hem wel aan de praat en won hij uiteindelijk meer dan Hfl 450.000.

Rustig doortimmeren
Bernard van de Poel was de laatste in een serie hoefsmeden die ruim een eeuw in de Dorpsstraat in Nootdorp gevestigd waren. Waarom werd hij hoefsmid? Arie Schalkers, de laatste in een rij van 7 generaties hoefsmeden, zei dat het in die tijd eigenlijk niet eens een punt van discussie was. Na de lagere school en misschien een paar jaar middelbare school, kon je mooi met pa mee om te helpen. Zo rolde je er vanzelf in. Je vader en opa leerden je het vak. Als je een klap van een paard kreeg of last van je rug had, dan was het devies van pa om gewoon rustig door te timmeren. Dan ging het vanzelf over. In ons gesprek boog Arie zijn ellenboog en dat veroorzaakte een geluid van het ruisen der zee. Zijn ellenboog zit door een klap vol met gruis. Ondanks dat Bernard en Arie geen opvolgers hebben zijn toch veel jonge mensen gegrepen door het vak. In Zweden zie je dat de grooms voor de koers het ijzer eraf halen en weer onder zetten na de koers. Een onderdeel van de opleiding. De toekomst is dus nog gegarandeerd.

(einde artikel Piet van de Poel)

Boven: Bernard van de Poel was ook een succesvolle fokker.
Hier wint zijn fokproduct Bella Marieza op Duindigt in 1965.

Boven: Oryx of Troy met Malcolm Riley. Staatsiefoto, mei 1988,
nadat zij enkele maanden eerder tot Volbloed van het Jaar 1987
is gekozen. Haar fokker is Bernard van de Poel.


Hoefijzers in het NDR-Museum

We kregen in 2007 een dertigtal hoefijzers van bekende
harddravers, uit de nalatenschap van J.J. Jager. Die hebben
jaren in ons museum gehangen en zijn nu opgeslagen.

Museumstukken

Boven: links midden een ijzer van Eland, dan met de klok mee twee ijzers van MacKinley, een van YYV, een gesloten ijzer van All or Nothing en een pace-ijzer van Anton. In het midden een aluminium hoefijzer van Hairos II, met heel veel gaatjes voor heel veel nagels voor meer grip op de baan. Hij had ook wel last van hoefscheuren. Af en toe kon men dan een ander gaatje gebruiken, vertelde Martin Vergay. Linksonder een heel oud ijzer, een "oer-ijzer".

Museumstukken

Op de foto boven: links midden twee ijzers van Dave Fez, dan met de klok mee ???, linksboven een van Diana R, dan Bento Kitty, Yankee Maid, iets lager Illya Kuryakin, rechtsboven Quicksilver S (voor en achter), daaronder zijn rivaal Theo Messidor, dan twee van de kleine Cherie Spencer, onderaan van rechts naar links: Axkit Hollandia, twee van C Alkestis van E, het gesloten Derby-ijzer van Ironie en een voor-ijzer van de Amerikaan South Bend. In het midden een paddestoel-ijzer met foto van de oude The Saint.


Museumstukken

Boven: De hoefijzers hingen op een mooie plek in ons Museum.

Museumstukken

Boven: Close-up. Rechtsboven het hoef-ijzer van Passing Renka,
dat bij zijn afscheid in Wolvega werd afgenomen en aan het
Museum geschonken. Ze zijn goed opgehangen,
zodat "het geluk er niet uit valt".

  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Geschiedenis:

Ned. drafsport

Ned. rensport

Klassiekers

Kampioensch.

Dravers

Records

Langebanen

Kortebanen

Kortebaners

Rennen

Volbloeds

Mensen

< Diverse